|
Niet schrikken
Vertel ouders dat er zeven maanden leerachterstand geconstateerd is en de schrik slaat toe. Achterstand is een woord waar inhalen bij past. Harder werken, extra les en hoe komt dit weer goed zijn de eerste reacties en daarna wordt de vraag gesteld hoe die achterstand kon ontstaan. Prem wijst zonder aarzelen de schuldige aan: ‘Leerachterstand is een wanprestatie van de school.’ Onzin, maar zo’n zinnetje blijft wel hangen.
|
|
Het is vreemd, maar als de uitslag van een intelligentietest een IQ van 87 is, dan is er niemand die roept dat er harder gewerkt moet worden, dat vrije tijd huiswerktijd wordt. Een IQ heb je nu eenmaal, daar word je mee geboren. De een heeft meer gaven dan de ander, daar moet je mee leven.
Dat je er mee moet leven is correct, maar dat getal van 87 geeft gewoon de plaats aan die je inneemt in de groep waarmee de intelligentieschaal is genormeerd. Een andere test met een andere normeringsgroep geeft ongetwijfeld een ander getal. Leer je bij, dan schuift je plek in de normgroep op naar boven en gaat het IQ dus omhoog.
|
|
Zouden we de score die zeven maanden achterstand aangeeft berekenen op de manier waarop IQ’s bepaald worden, dan komen er, afhankelijk van de gekozen toets getallen uit tussen ongeveer 85 en 93. Daar schrikken we niet van.
|
|
|
|
Leerachterstand bestaat niet
|
|
Stel er is een onderzoek gedaan naar het drinkgedrag van jongeren die gaan stappen en er wordt een verontrustende grafiek gepubliceerd. 16-jarigen drinken gemiddeld drie bier op een avond, 17-jarigen vier en zo loopt de stand elk jaar een biertje op tot 22 jaar.
|
|
Nu gaat uw 19-jarige zoon met zijn even oude vrienden op stap en de groep gedraagt zich voorbeeldig. Gemiddeld drinken ze zes biertjes maar natuurlijk niet allemaal evenveel. Tien drinken precies zes biertjes, tien drinken er negen en uw zoon houdt het met negen anderen op drie glazen.
|
|
Even rekenen. Die van u drinkt als een 16-jarige. Hij heeft drie jaar achterstand.
|
|
|
|
Sponsorloop
|
|
Het is juni en de school speelt een dagje buiten. Hoogtepunt is de sponsorloop. De atletiekbaan is geleend en vader, moeder, opa’s, oma’s betalen een bedrag per half rondje.
|
|
Klein en groot, dik en dun staan te trappelen aan de start om tien minuten hard te lopen voor een goed doel. Wel eens gezien? Na het startschot sprinten de kinderen weg met olympische snelheid. Dat duurt niet lang. Na 100, 150, soms al na 50 meter gaat het tempo drastisch omlaag en moeten er al kinderen wandelen.
|
|
Kijk er niet van op als goed getrainde talentjes zes, bijna zeven rondjes afleggen. Ze starten wat langzamer maar lopen na een half rondje onbedreigd op kop. Er zijn klasgenoten die twee of drie keer gedubbeld worden.
|
|
We verzinnen een uitslag. Groep 5 loopt gemiddeld 1400 meter, groep 6 doet 1500, Groep 7 gaat naar 1650 en groep 8 wint met 1800 meter.
|
|
Maria uit groep 8, astmatisch, veel te zwaar en duidelijk ongetraind loopt verrassend goed. Ze laat zelfs drie klasgenoten achter zich en komt naar adem happend en met vuurrood hoofd tot 1450 meter. Ze heeft 2,5 jaar loopachterstand.
|
|
|
|
Dat is niet eerlijk hoor ik u denken. Maria heeft een topprestatie geleverd en met haar mogelijkheden gaat ze in geen tien jaar die 1800 meter halen. Toch is dit de manier waarop reken- en taalscores omgezet worden naar maanden leerachterstand. De middelste prestatie wordt de norm. De consequentie is dat bijna de helft van de leerlingen de basisschool verlaat met achterstand. Allemaal gemiddeld scoren lukt nu eenmaal niet. Achterstand is een heel fout woord voor een leerprestatie die onder het gemiddelde ligt.
|
|
|
|
Didactisch Quotient
|
|
We zijn van plan om een Didactisch Quotient (DQ) op te nemen in het Drempelonderzoek naast de DLE en de ABCDE-scores. Dat heeft voordelen.
|
|
Er gaat wat druk af van het begrip leerachterstand als uit te leggen valt dat tien maanden leerachterstand benoemd wordt met het getal 85 als de systematiek van intelligentiescores gebruikt wordt.
Het wordt beter mogelijk om het verband tussen het intelligentieniveau en de didactische prestaties zichtbaar te maken. Zijn de getallen ongeveer gelijk, dan presteert de leerling volgens verwachting. Is het gat tussen IQ en DQ groot, dan is het verstandig om op zoek te gaan naar oorzaken en mogelijke remediering.
|
|
|
|
|
|
Hoe werkt zo’n normscore
|
|
Als we de systematiek van IQ-getallen loslaten op de uitgaansgroep in ons voorbeeld, dan krijgt ‘zes bier’ de score 100. Drie bier, de helft van het gemiddelde en 3 jaar drinkachterstand komt uit op een score van 86. Daar mag je als ouder best gelukkig mee zijn.
|
|
Het is interessant om te zien hoe zo iets werkt. Het getal van 86 zegt iets over het drinken van drie biertjes maar ook over de rest van de groep. Laten we de tellingen van een paar weken eens op een rijtje zetten. De groep blijft gemiddeld zes biertjes drinken. Tussen haakjes staan de resulterende normscores. (We gebruiken een paar extreme verdelingen.)
|
aantal bier
|
3
|
4
|
5
|
6
|
7
|
8
|
9
|
|
week 1
|
10 (86)
|
|
|
10 (100)
|
|
|
10 (114)
|
|
week 2
|
5 (80)
|
5 (90)
|
5 (97)
|
|
5 (103)
|
5 (110)
|
5 (120)
|
|
week 3
|
2 (73)
|
|
5 (85)
|
16 (100)
|
5 (115)
|
|
2 (127)
|
|
week 4
|
1 (69)
|
3 (80)
|
6 (89)
|
10 (100)
|
6 (111)
|
3 (120)
|
1 (131)
|
Naarmate je een buitenbeentje bent en eenzaam afwijkt van de groep in het midden, wordt de score dus hoger of lager. Drie biertjes levert, afhankelijk van wat de anderen drinken, steeds een andere score op.
|
|
Fijn dat u zover gekomen bent dat u deze woorden leest. Het doel van dit schrijven is ook om u uit te nodigen om mee te denken over een manier om dat woord achterstand aan te pakken. Wat vindt u van ons plan om een DQ te introduceren?
In de maand juni gaan we rekenen en we hopen eind augustus een nieuwe rapportagevorm te presenteren.
Met vriendelijke groet,
Ton Kapinga
|